Een goede vriendin kon prachtig de tango dansen. Tenminste, dat werd mij verteld, want ik heb het haar nooit zien doen. Ik wist alleen dat ze het veel en graag deed en hoorde haar verhalen over dansfestijnen in het hele land. Bijna als een mysterieuze, parallelle wereld waar alleen mensen die de taal spraken toegang toe hadden. Hoe die taal eruit zag, zag ik pas op haar begrafenis. Vier van haar dansvrienden brachten haar zwijgend een hommage met een huiveringwekkend trage tango.

Een paar jaar later ontmoette ik mijn vriendin weer in een droom. Ze gaf me bij het weggaan zonder uitleg een paar schoenen: knalrood, met hoge hakken. Schoenen die ik nooit zelf zou verzinnen. Dat het dansschoenen waren wist ik wel. Ik had ze al eens gezien: ergens boven op een grafsteen van een mij onbekende jonge vrouw op de begraafplaats in Culemborg. Maar voor mij was dansen destijds ver van mijn bed, laat staan op zulke hakken. Daarom duidde ik het gebaar maar als een aansporing voor leven in het algemeen en misschien wat extra vrouwelijkheid en joie de vivre in het bijzonder.

En een half decennium later, toen ik besloten had iets heel nieuws te gaan doen, hoefde ik niet lang na te denken. Eerst maar de individuele tangolessen, want hoe vind je een danspartner als je niet kunt dansen? Vast heel nuttig, dacht ik vooraf. Superleuk, dacht ik na twee lessen. Allemachtig moeilijk en spannend besefte ik na de eerste cursus en een paar keer oefenen bij de práctica. 

De ontspannen en vrolijke sfeer erom heen bleek geen overbodige luxe, want tijdens het dansen zelf staan alle gezichten ernstig. Glimlachen is niet nodig. Smalltalk is er niet bij. Gesprekken worden stilzwijgend op een ander niveau gevoerd. Waar je je voeten neerzet, of je je evenwicht bewaart, hoe je duidelijkheid en ruimte en vertrouwen verschaft. Of je de verbinding in stand houdt. Of je in staat bent aandachtig te zijn en toch te ontspannen. Hoe en of en wanneer en hoezeer je de dans tot iets van jezelf maakt. Het is opnieuw leren praten en lopen, dat laatste soms letterlijk. En misschien, ooit, op knalrode schoenen.

Deze blog is geschreven door een van onze leerlingen, Gitte Postel.